fbpx

Oedeemfysiotherapie

Oedeem is een abnormale ophoping van vocht in het weefsel als gevolg van een verstoord evenwicht tussen aanvoer en afvoer van vocht. Er zijn verschillende vormen van oedeem, afhankelijk van de oorzaak. Enkele veel voorkomende vormen van oedeem zijn:

  • Veneus oedeem: Kan ontstaan als gevolg van veneuze insufficiëntie. Dit wil zeggen dat het veneuze systeem, de aders, niet goed functioneren. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van trombose of een verzwakte vaatwand van de bloedvaten. Als gevolg hiervan verhoogd de druk in de aders en wordt er vocht en eiwitten vanuit het bloedvat in het weefsel geperst. Er is dus sprake van een (tijdelijke) vergrote aanvoer van vocht.
  • Lymfoedeem: Kan ontstaan wanneer er sprake is van een beschadiging of een fout in de aanmaak van het lymfestelsel. De transportcapaciteit van het lymfesysteem is verminderd en het vocht kan niet effectief of voldoende vervoerd en afgevoerd worden. Ons lichaam produceert weefselvocht (lymfe). Via lymfe kunnen stoffen van en naar onze cellen vervoerd worden. Er is dus altijd aanvoer en afvoer van lymfe. De afvoer van stoffen van de lymfe vanuit armen en benen gebeurt via de lymfeklieren in de oksels en de liezen. Zijn deze klieren verwijderd of door bestraling beschadigd, dan verloopt de afvoer minder goed. Er kan zich vocht in een arm of been ophopen (=lymfoedeem) als de klieren zijn verwijderd of beschadigd zijn door bestraling. Lymfbanen hebben eigen spiertjes die “pompend” werken. Door deze pompende werking wordt het lymfvocht als het ware vooruit geduwd. Door kleine klepjes in de lymfbanen wordt voorkomen dat de lymfe terugstroomt. Lymfklierenpakketten bevinden zich in: de hals, oksel, langs de luchtpijp, bij de longen, bij de darmen en achterin de buikholte, in de bekkenstreek en in de liezen.
    • Primair lymfoedeem (aangeboren)
    • Secundair lymfoedeem na oncologische ingrepen, andere operaties, chemokuur en bestraling
    • Traumatisch oedeem (na een ongeval)
    • Lipoedeem

Oedeemtherapie richt zich op:

  • Het verminderen van de omvang van het oedeem
  • De progressie van het oedeem tegengaan
  • Vermijden van complicaties zoals huidproblemen
  • Verbeteren van eventuele functiestoornissen
  • Het leren omgaan met oedeem

De therapie bestaat uit een combinatie van verschillende behandelmogelijkheden:

Compressietherapie: door middel van het aanleggen van bandages wordt van buitenaf een continue druk aangebracht die het uittreden van vocht tegengaat en de afvoer van lymfe ondersteunt. De bandages worden aangelegd als er nog geen stabiele situatie in de waterhuishouding is bereikt. Wanner de omvang van de arm of het been stabiel is, kan een therapeutische elastische kous worden aangemeten.

Oefentherapie: een belangrijk component van de afvoer is de “spierpomp”. Tijdens het aanspannen van de spieren (m.n. in de benen) worden de aders en lymfebanen even dicht gedrukt en worden het bloed en lymfe omhoog gestuwd. Doordat in de aders en lymfebanen klepjes aanwezig zijn, kan het bloed en vocht alleen maar naar boven richting het hart gaan.

Manuele lymfedrainage: is een techniek waarbij de oedeemtherapeut probeert, door een zachte pompende beweging, de vochtopname door de lymfvaten te stimuleren en het functioneren van goede vaten te bevorderen. Met specifieke handgrepen wordt de eigen beweeglijkheid van het lymfvatensysteem geactiveerd en gestimuleerd (de “lymfvasomotoriek”) wat de afvoermogelijkheden van lymfe doet vergroten. Hierdoor kan er meer lymfe worden afgevoerd. Manuele lymfdrainage wordt o.a. toegepast bij: zwellingen (oedeem), verstuikingen, bloeduitstortingen, dystrofie, reuma, slijtage, spierpijnen en spierletsels.

Oedeem- en fibrosegrepen: zijn speciale handgrepen die de therapeut toepast bij bepaalde “stijfheid/hardheid” van het lymfoedeem. Door middel van oedeemgrepen kan lymfvocht door het weefsel heen worden geleid naar een plaats waar het gemakkelijker wordt opgenomen. Met fibrosegrepen kan verhard weefsel (“fibrose”) soepeler worden gemaakt.

Lymftaping: zie Lymftaping

De rol van de fysiotherapeut is handeled en/of adviserend. Oedeemtherapie moet op verwijzing van een huisarts of specialist. Vroeg diagnosticeren (vaststellen) van oedeem is belangrijk omdat, zeker lymfoedeem, progressief van aard is. Hoe eerder de diagnose, hoe eerder de behandeling. Een vroege behandeling heeft doorgaans een beter resultaat. Meer informatie kunt u vinden op NVFL

Lid van NVFL

Folder Oedeemtherapie